Vlaanderen werd in 2014 geconfronteerd met de schande van de 400 verkeersdoden. Met het Vlaams Verkeersveiligheidsplan wenst Minister Weyts hieraan een halt toe te roepen. Speerpunt in het plan: een betere rijopleiding- en examinering. Willen we het dodental lager, dan moet de lat omhoog. Het nieuw rijexamen cat. B treedt stapsgewijs in voege op 01.03.2017 en vervolgens op 01.06.2017 in de 16 Vlaamse examencentra. Hiertoe dient eerst nog het Besluit van de Vlaamse Regering te worden gepubliceerd in het Belgisch Staatblad. Onder voorbehoud van deze publicatie worden hieronder de belangrijkste wijzigingen toegelicht.

Vanaf 01.03.2017

Theorie- en praktijkexamen met een beëdigd tolk

De kandidaat, die het Nederlands niet machtig is, kan het theorie- en het praktijkexamen afleggen, bijgestaan door een beëdigde tolk. Vanaf 01.03.2017 kan dit enkel nog voor de talen Frans, Duits of Engels.

Vanaf 01.06.2017

De zware overtreding telt mee in het theorie-examen

Vanaf 01.06.2017 zal in het theorie-examen een onderscheid worden gemaakt tussen zware overtredingen en lichte fouten. Zware overtredingen zijn alle overtredingen van de derde graad (bv. het negeren van een rood verkeerslicht of het overschrijden van een witte doorlopende streep), van de vierde graad (bv. de bevelen van een politieagent niet naleven) of snelheidsovertredingen.

Het theorie-examen zal nog steeds bestaan uit 50 vragen, waarbij de kandidaat minimum 41/50 moet behalen. Bij een zware overtreding worden 5 punten afgetrokken en bij een lichte fout één punt. De kandidaat mag dus maximum 9 lichte fouten of maximum 1 zware én 4 lichte fouten maken. Bij 2 zware overtredingen wordt de kandidaat onmiddelijk uitgesteld.

6 mogelijke manoeuvres op het praktijkexamen

De kandidaat moet vandaag 2 manoeuvres uitvoeren tijdens het praktijkexamen: parkeren achter een voertuig en keren in een smalle straat.

Vanaf 01.06.2017 zal de kandidaat 6 mogelijke manoeuvres moeten kunnen uitvoeren. De kandidaat zal door loting 2 van de 3 onderstaande manoeuvres moeten uitvoeren:

1. Keren in een smalle straat

Dit manoeuvre zal moeten uitgevoerd worden op de openbare weg. De examinator zal de kandidaat vragen rechtsomkeer te maken, in een straat met matig verkeer. De kandidaat mag kiezen waar hij zich gaat keren en mag het manoeuvre vooruit of achteruit starten. De volledige breedte van de rijbaan (van boordsteen tot boordsteen) mag gebruikt worden.


2. In rechte lijn achteruitrijden

Dit manoeuvre zal moeten uitgevoerd worden op de openbare weg. De examinator zal de kandidaat vragen achteruit te rijden, over een afstand van ongeveer 10 meter, in een rustige straat. De kandidaat dient het manoeuvre op een continue wijze uit te voeren. Hierbij mag hij zich evenwel 1 keer opnieuw positioneren.


3. Parkeren:

Wanneer door lottrekking het manoeuvre "parkeren" werd geselecteerd, dan zal dit manoeuvre bestaan uit één van de vier volgende parkeermanoeuvres:


    3.1 evenwijdig ten opzichte van de weg rechts parkeren tussen 2 voertuigen


    3.2 evenwijdig ten opzichte van de weg links parkeren tussen 2 voertuigen

De manoeuvres 3.1 en 3.2 zullen moeten uitgevoerd worden op de openbare weg. De examinator zal de kandidaat vragen zijn voertuig evenwijdig ten opzichte van de weg rechts of links te parkeren. De kandidaat stelt zich op naast het voertuig waarachter hij zich moet parkeren, om het daarna achterwaarts te parkeren, in een continue S-beweging, tussen twee voertuigen.


    3.3 loodrecht ten opzichte van de weg vooruit in een vak parkeren


    3.4 loodrecht ten opzichte van de weg achteruit in een vak parkeren

De manoeuvres 3.3 en 3.4 zullen moeten uitgevoerd worden op een openbare plaats. Onder een openbare plaats valt de openbare weg of een publiek terrein zoals de parking van een groothandelszaak of de parking van het examencentrum. Er zal minstens één voertuig naast het parkeervak geparkeerd staan. De examinator zal de kandidaat vragen zich vooruit of achteruit in een vak te parkeren. Voor het manoeuvre aan te vatten, heeft de kandidaat de vrije keuze wat de opstelling van het voertuig betreft, zolang de opstelling een voorwaarts of achterwaarts parkeermanoeuvre mogelijk maakt. Het manoeuvre moet niet in één beweging uitgevoerd te worden.

2 vaardigheden als bijkomende evaluatiecriteria

Zelfstandig rijden

De vaardigheid van de kandidaat om zelfstandig te rijden zal worden beoordeeld tijdens de proef op de openbare weg. Zo zal de kandidaat worden gevraagd een op voorhand aangegeven bestemming te bereiken zonder aanwijzingen van de examinator. De kandidaat mag kiezen of hij de instructies van een GPS of de richting van verkeersborden zal volgen.

Risicoperceptietest

Het praktijkexamen wordt uitgebreid met de risicoperceptietest. Het gaat om een computertest, die afgelegd wordt voor of na de proef op de openbare weg. De test zal nagaan of de kandidaat de verschillende potentiële gevaren op de weg tijdig kan herkennen en correct kan inschatten. Noch de reactietijd, noch de kennis van de wegcode worden beoordeeld.

De risicoperceptietest bestaat uit kortfilms, opgenomen in het dagdagelijks verkeer, vanuit een bestuurdersperspectief met zicht op de snelheidsmeter, de richtingaanwijzers, de binnenspiegel en buitenspiegels die ook meebewegen. De aanwezigheid van de verschillende spiegels in het gezichtsveld van de kandidaat, verplichten hem om zijn aandacht te verdelen, gericht te kijken en de mogelijke risico's in te schatten betreffende de andere weggebruikers voor, achter of aan de zijkant van het voertuig.

Op het einde van de kortfilm krijgt de kandidaat een vraag met 4 antwoordmogelijkheden waarbij meerdere (minimum 1 en maximum 3) goede antwoorden mogelijk zijn. De kandidaat start met 2 oefenfilms en legt aansluitend de test af bestaande uit 5 kortfilms. De kandidaat slaagt vanaf een score van 6/10. De beoordeling houdt in: voor ieder correct antwoord +1; voor ieder fout antwoord -1; voor ieder correct antwoord dat niet aangevinkt wordt 0.